Ze zien er niet zo indrukwekkend uit als een grote trekker of geavanceerde robots, maar ze zijn onmisbaar voor de boer en de vruchtbaarheid van de bodem. Ze hebben een zadel, zijn lekker flexibel en een perfecte snack voor veel (weide)vogels. 

We hebben het natuurlijk over de regenworm. Er komen in Nederland zo’n 25 verschillende soorten regenwormen voor, op te delen in twee groepen op basis van wat ze eten: de regenwormen die afhankelijk zijn van plantaardig materiaal, en de groep die bodemdeeltjes en humus eten.  De eerste groep leeft (deels) aan de oppervlakte en worden rode worm genoemd vanwege hun vaak dieprode kleur. Deze groep omvat dus zowel de grote pendelaars die permanente gangen hebben en diep in de grond kunnen wegkruipen, maar ook strooiselwormen die zich het prettigst voelen tussen veel organisch materiaal. De andere groep leeft veel dieper in de grond en zijn niet of nauwelijks gepigmenteerd. Grijze wormen dus.  

Maar wat maakt ze nou zo belangrijk? 

1. Gravers 

Regenwormen graven voortdurend door de grond en creëren kleine tunnels. Deze tunnels zorgen ervoor dat water en lucht dieper in de bodem kunnen doodringen. Vooral in droge periodes is dit belangrijk, omdat het de beschikbaarheid van water voor gewassen vergroot en helpt bij goede wortelontwikkeling. Ook brengen ze organische deeltjes van de bovengrond naar dieper in de grond, wat belangrijk is voor het structureren van de grond. Meer organische deeltje dieper in de grond zorgt ook voor een beter water beter wordt vastgehouden.  

2. Recyclers 

Rode wormen zijn ook uitstekende recyclers. De glibberige diertjes voeden zich met organisch materiaal zoals bladeren en plantenresten, en breken dit af tot voedingsrijke humus. De wormenpoep is rijk aan stikstof, fosfor en kalium. Ze helpen dus met het natuurlijk bemesten van de bodem, wat bijdraagt aan gezondere en productievere gewassen. 

3. Gangmakers 

De activiteiten van regenwormen stimuleren het microbieel leven in de bodem. Ze helpen bij het creëren van een gunstige omgeving voor bacteriën en schimmels die een belangrijke rol spelen in de afbraak van organisch materiaal en de beschikbaarheid van voedingsstoffen voor planten. De gangmakers van het feestje dus.  

4. Voedselbron 

Wormen staan aan het begin van de voedselcyclus voor veel regenwormeneters zoals kieviten, lijsters, buizerds en vossen. Wanneer er veel wormen in de bodem zitten is er dus veel meer plek voor biodiversiteit.  

Hoe kunnen we ze helpen?

Om wormen een handje te helpen kunnen we een aantal stappen ondernemen. Het belangrijkste is natuurlijk het beperken van chemische bestrijdingsmiddelen, die kunnen schadelijk zijn voor regenwormen en andere nuttige bodemorganismen. Ten tweede vinden rode wormen het fijn als er veel organische stof in de bodem, zoals vaste mest en compost. Tot slot is het belangrijk om bodemverstoring te minimaliseren, met rust in de tent doet de regenworm zijn werk het best.  

Regenwormen hebben een enorme impact op de landbouw. Door een gezonde populatie regenwormen kunnen we profiteren van verbeterde bodemvruchtbaarheid, beter waterbeheer en duurzamere landbouwpraktijken. Dus laten we ze een beetje tegemoet komen door goed voor de bodem te zorgen!  

Meer weten over natuurinclusieve landbouw? Bekijk ons Handboek Regeneratieve Veehouderij op Veen eens, waar we onze ervaringen van de afgelopen vijf jaar hebben gebundeld. 

Boerennieuwsbrief

Dit artikel verscheen in de boerennieuwsbrief. Wil je de eerste van je maand al het boerennieuws van Wij.land ontvangen? Meld je dan aan!

Lees ook