We kennen boeren die koeien of kippen houden. We kennen boeren die akkers vol groenten verbouwen of juist kassen vol fruit telen. We zijn eraan gewend dat boeren tastbare producten leveren. Geld in ruil voor voedsel. Maar boeren kunnen veel meer leveren dan voedsel: een gezond en biodivers landschap. Als het aan ons ligt geven we boeren een rol als landschapsbeheerder.

Landschapsbeheer heeft alles te maken met het ondersteunen van ecosystemen. Gezonde ecosystemen leveren ecosysteemdiensten, diensten uit de natuur waar mensen van profiteren. Een goed beheerd stuk land kan talloze ecosysteemdiensten leveren. Van voedselvoorziening tot waterzuivering, van een inspirerende wandeling tot het voeden van bodemleven en het vastleggen van CO2. Omdat we deze diensten cadeau krijgen, vergeten we al snel hoe waardevol ze zijn. Pas wanneer ecosysteemdiensten verminderen of verdwijnen, wordt duidelijk dat we niet zonder willen en kunnen. Goed landschapsbeheer zorgt dat we van ecosysteemdiensten kunnen blijven profiteren en de voordelen van een ecosysteem zelfs vergroten.

Wanneer ben je landschapsbeheerder?

In Nederland zijn er verschillende soorten landschapsbeheerders. Zo zijn er terrein beherende organisaties (TBO’s) zoals Staatsbosbeheer, provinciale landschappen en Natuurmonumenten. Andere landschapsbeheerders zijn overheden zoals waterschappen. Daarnaast zijn er particuliere grondbezitters, waaronder boeren, landgoedeigenaren en institutionele beleggers, die hun grond vaak verpachten aan boeren. 

Afhankelijk van het soort grond en de omgeving zijn er echt een heleboel activiteiten waarmee de boer de natuur een handje kan helpen. Bijvoorbeeld door bomen, struiken en hagen aan te leggen en te onderhouden. Sommige boeren kiezen er vrijwillig voor om extra stappen te zetten, zoals het aanleggen van nestgelegenheid voor vogels. Of het creëren van plasdras gebied, en te zorgen dat het goed geschikt blijft voor de jaarlijks terugkerende kolonies grutto’s. Maar ook het inzaaien en onderhouden van kruidenrijke graslanden, zodat het bodemleven en de biodiversiteit bovengronds een extra impuls krijgen. 

Via Agrarisch Natuur- en landschapsbeheer (ANLb) en de Eco-regeling kunnen boeren vergoedingen krijgen voor natuur- en ecosysteembeheer op hun landbouwgrond. Maar die vergoeding is vaak niet genoeg om de misgelopen inkomsten, aanschaf van materiaal en de arbeidsuren van te betalen. Laat staan dat het genoeg is om van de levering van ecosysteemdiensten een verdienmodel te maken. Die grond optimaal inrichten voor het ecosysteem betekent minder gewassen en minder vee, en dus minder inkomsten. Voor veel boeren kan dat financieel niet uit. Maar als het wel zou kunnen, is het dan eerlijk om van boeren vrijwilligerswerk te verwachten?

We willen wel betalen voor eten, maar niet voor schone lucht, schoon water en een gezonde bodem. Terwijl we niet zonder kunnen.

Boeren hebben meer grond in beheer dan al de andere landschapsbeheerders tezamen, namelijk iets minder dan 43% van de totale oppervlakte in Nederland. Toch worden ze nauwelijks beloond om het landschap waarin ze werken, te onderhouden. Maar waarom niet? Waarom willen we wel betalen voor eten, maar niet voor schone lucht, schoon water en een gezonde bodem? We kunnen niet zonder.

Tegelijk verandert er veel voor boeren. Door de aflopende derogatie mogen ze minder mest uitrijden en dit zet het verdienmodel onder druk. Boeren moeten mest afvoeren, misschien kunstmest kopen, land bijkopen dat steeds duurder wordt, of minder dieren houden. Juist daarom is het nu belangrijk om natuur onderdeel te maken van het inkomen. Anders dreigt de natuurinclusieve boer te verdwijnen.

Voedsel het meest belangrijk

Na de hongerwinter was er de angst voor voedseltekorten. Er werd daarom grootschalig en succesvol geïnvesteerd in hoogproductieve landbouw. Zo succesvol, dat Nederland tegenwoordig derde grootste exporteur van agrarische producten ter wereld is, na de Verenigde Staten en Brazilië. Maar deze efficiëntieslag ging ten koste van allerlei landschappelijke waarden die samenhingen met een kleinschaliger manier van produceren. Heggen en houtwallen verdwenen, sloten werden gedempt en meanderende beken rechtgetrokken. De bemesting ging omhoog en het waterpeil omlaag. Veerkracht werd ingeruild voor productiviteit.

Inmiddels beginnen we hier als maatschappij anders over te denken. We willen ons agrarisch natuurlandschap behouden en veerkrachtiger vormgeven. Daarnaast streven we ernaar naast gezond voedsel ook meer en verbeterde ecosysteemdiensten te realiseren, zoals koolstofvastlegging, luchtfiltratie, regenwaterregulatie en natuurrecreatie in het landelijk gebied. Voor gezonde mensen, dieren, planten, voedsel en een landschap wat we met trots door kunnen geven aan de volgende generatie. Daar moeten de boeren een sleutelrol in gaan spelen. Met alleen de kleine oppervlaktes aan natuurgebieden houden we de natuur niet in stand – ze zijn te klein en te versnipperd om de achteruitgang van de afgelopen decennia te stoppen. En ook buiten aangewezen (Natura2000-)gebieden is gezonde natuur van levensbelang.

Wat doet Wij.land

We zetten ons in voor een goed verdienmodel achter ecosysteemdiensten. Een boer moet de mogelijkheid krijgen om te stoppen met maximaal produceren en te kiezen voor natuur. Met een betere beloning van landschapsbeheer kunnen we daar komen. Maar hoe die beloning eruit moet zien is nog best lastig.

Allereerst is het vaak niet bekend hoeveel arbeid en andere kosten er komen kijken bij het verrichten van deze werkzaamheden. Hoe lang is een boer bijvoorbeeld bezig met het aanleggen van een kilometer vlechtheg? Of met het onderhouden van een plasdrasgebied? En hoeveel minder gras levert zo’n perceel op?

Daarnaast zijn er ecosysteemdiensten die zowel voordelen voor de publieke zaak hebben, maar ook voor de boer. Bijvoorbeeld bij de aanleg van kruidenrijk grasland: dat betekent onder andere meer koolstofopslag voor ons, maar ook minder uitgaven aan bijvoorbeeld kunstmest voor de boer. Hoe gaan we dan bepalen hoeveel de publieke zaak gaat bijdragen en hoeveel ‘gewoon’ een investering is voor rekening van de boer?

Tot slot moeten we nadenken over hoe we gaan betalen. Moet het aan de markt worden overgelaten? Zoals al gebeurt met initiatieven als Boeren van Amstel, FrieslandCampina of Albert Heijn. Is het eerlijk dat een bepaalde groep burgers dan zijn portemonnee moet trekken om voordelen waar iedereen baat bij heeft, mogelijk te maken? En is het niet krom dat bedrijven bepalen wat een kruidenrijk grasland of schone sloot waard is? Moet de overheid een systeem optuigen waarin boeren langdurig betaald kunnen worden voor de geleverde ecosysteemdiensten? En gaat de overheid dan de prijs bepalen en worden boeren gereduceerd tot leverancier, of gaat de boer zelf een offerte maken en hier als ondernemer optreden?

De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden. We willen ecosysteemdiensten niet compleet in handen geven van bedrijven. Maar partijen zoals waterbedrijven hebben er wel voordeel van als deze diensten blijven bestaan. Daarom is het logisch dat zij meebetalen aan het beheer. Tegelijk zijn er waarden die je niet in geld kan uitdrukken, zoals landschap en biodiversiteit. Daarvoor kan de samenleving bijvoorbeeld via belasting een ruimere vergoeding geven dan momenteel gebeurt via het ANLb.

Om een echte markt voor ecosysteemdiensten te laten ontstaan, is echter meer nodig dan alleen prijzen bepalen en impact meten. Dat zijn belangrijke eerste stappen, maar ze brengen vraag en aanbod nog niet vanzelf op gang. Je kunt een keten niet duwen: alle partijen moeten mee kunnen bewegen. Daarom is het belangrijk dat we blijven leren in de praktijk. Niet met korte pilots, maar met langere trajecten waarin we verdiepen, herhalen en verbeteren en zo de keten langzaam meekrijgen.

Doe mee

Met deze vragen houden we ons bezig bij Wij.land op het onderwerp van economische innovatie. We werken samen met onze partners en ons boerennetwerk aan de vraag hoe we het verdienmodel achter landschapsbeheer kunnen vormgeven. Zo hebben we dit onderwerp onderzocht met verschillende agrarische collectieven en in verschillende praktijkpilots. Je kan hier meer over lezen in ons rapport over ecosysteemdiensten.

Geen aannames van achter een bureau, maar een weerslag van praktijkervaringen. De belangrijkste les is dat de werkelijke kosten gemiddeld 35% hoger liggen dan gedacht. Vooral eigen arbeid is door boeren een grote, onderschatte post: die beslaat vaak een derde tot de helft van de totale kosten van een maatregel. Door dit soort onderzoek wordt het steeds duidelijker hoe een eerlijke vergoeding voor landschapsbeheer eruitziet.

Tegelijk blijven er belangrijke vragen voor de toekomst. Hoe ontwikkelen de kosten en opbrengsten van ecosysteembeheer zich op de lange termijn? We willen ecosysteemdiensten niet los van elkaar bekijken, maar in samenhang. Ook zoeken we naar manieren om verschillen tussen boeren en regio’s recht te doen, zonder het te ingewikkeld te maken. En: welke diensten zien we al wel, maar kunnen we nog niet goed meten – en wat vraagt dat van onderzoek en beleid?

Wil je bijdragen? We zoeken organisaties die ecosysteemdiensten van boeren willen afnemen en partners om de instrumenten voor een eerlijke vergoeding voor landschaps- en ecosysteemdiensten verder te ontwikkelen. Kan jij ons aan de juiste (keuken)tafels krijgen? Neem contact op met Pim.

contact

Danielle de Nie

Pim Menkveld

p.menkveld@wij.land