Agroforestry, het combineren van bomen en struiken met landbouw, wordt steeds populairder onder Nederlandse boeren. Het biedt kansen om de bedrijfsvoering te versterken en om bij te dragen aan verschillende doelen in de samenleving. Maar het kan ook zorgen oproepen. Bijvoorbeeld over hoe de beleving van het landschap verandert en over de kans dat roofdieren zich vestigen in de hagen.
Misschien twijfel je nog over het toepassen van agroforestry op je eigen bedrijf. Of ben je juist druk bezig met het wegnemen van zorgen bij je buren en de gemeente. We sommen hieronder twaalf voordelen van agroforestry in open landschap voor je op die je hier perfect voor kan gebruiken!
1. fruit, bessen en noten
Met vruchtbomen ontstaat een gemengd bedrijf dat verschillende producten levert. Dit zorgt voor een nieuwe plek op de (lokale) markt. Soms komt er een winkel aan huis. Ook kunnen producten op het erf of ergens anders worden verwerkt in nieuwe samenwerkingen.
De bomen en struiken worden vaak in rijen geplant. Tussen de rijen kan vee grazen en kan gras geoogst worden. Soms worden ook bladeren geoogst. Deze worden gebruikt als kruiden vanwege hun medicinale werking of bijvoorbeeld om thee van te maken!

2. voedingsstoffen en mineralen in voederhagen
Bomen en struiken halen mineralen uit diepere lagen van de bodem. Ze slaan deze op in hun bladeren en twijgen. Deze delen van de plant bevatten waardevolle stoffen, zoals tannines, mineralen en salicyl (dat koorts kan verlagen). Soms bevatten ze ook natuurlijke gifstoffen die in kleine hoeveelheden juist goed kunnen zijn voor het vee.
Veehouders voegen nu vaak externe supplementen toe aan het voer. Het kan waardevol zijn al dieren deze stoffen zelf uit planten kunnen opnemen wanneer ze deze nodig hebben. Elke boom- of struiksoort haalt andere mineralen uit de bodem, als die daar genoeg aanwezig zijn. Zo zijn de linde en wilg rijk aan calcium. De haagbeuk is juist goed in het opnemen van mangaan en selenium, net als struiken als de framboos en de vuilboom. Die stoffen zitten in de bladeren en jonge twijgen die door het vee gegeten worden. Bladeren waaien ook het veld in waar ze verteren en ze mineralen teruggeven aan de bodem.
Zo versterken deze beplantingen niet alleen de diergezondheid, maar ook de vruchtbaarheid van de bodem. Voederhagen en bomen zijn daarmee een waardevolle toevoeging aan het agrarisch landschap – zowel als eetbare haagstructuren en als overstaanders.
3. schaduw voor vee
Diergezondheid is een belangrijk aandachtspunt. Daarom worden steeds vaker bomen in het land geplaatst. Dit is niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft namelijk regels voor het beschermen van dieren tegen extreme weersomstandigheden, zoals hitte. Wanneer bezorgde burgers een melding maken, kan hierop worden gehandhaafd.
De NVWA zegt: ‘U moet dieren in de wei beschermen tegen extreme weersomstandigheden, zoals hitte. Voor paarden, koeien en schapen zijn drempelwaarden vastgesteld. U moet extra maatregelen nemen als de buitentemperatuur 27 graden Celsius of hoger is (voor paarden), en als de THI (TemperatuurVochtigheidsindex) 68 of hoger is (voor koeien) of 71 of hoger (voor schapen)”.
Er zijn technische oplossingen mogelijk, zoals mobiele schaduwdoeken of parasols. Toch zijn bomen een natuurlijker en effectiever alternatief. Door schaduw en verdamping verlagen ze de temperatuur in hun directe omgeving. Dit is relatief een goedkope en duurzame oplossing. Daarnaast draagt het ook bij aan biodiversiteit en landschappelijke waarde.
4. hout en snippers
Hout en snippers kunnen worden verkocht op kleine schaal. Ze kunnen ook worden gebruikt als brandhout of als snippers in een vrijloopstal. Door deze houtstroom wordt het bedrijf minder afhankelijk van de markt.
5. grasgroei in hete zomers
In erg hete zomers geven bomen schaduw en vocht waardoor het gras nog blijft groeien. Door verdamping en de werking van de wortels zit er vaak meer vocht in de bodem. Bomen halen namelijk water uit diepere lagen van de bodem. In de luwte van hagen is het in het voorjaar vroeger warm en in het najaar langer warm. Hierdoor wordt de periode van grasgroei in het jaar verlengd. In het gewone seizoen is de grasgroei iets minder.
6. functionele biodiversiteit: plaagbeheersing
Agroforestry zorgt voor meer diversiteit in het landschap. Dit zorgt er voor dat er meer insecten, amfibieën, vogels en kleine zoogdieren kunnen leven. Plagen blijven zo beter onder controle, omdat er altijd dieren klaar staan om ’te profiteren’ van de start van de plaag en zo de aantallen klein houden. Het duurt wel enkele jaren voordat de nieuwe landschapsstructuren zijn gevonden door nieuwe soorten en er een populatie is opgebouwd, die in evenwicht is.

7. bodemleven
Een divers systeem met boomwortels en organisch materiaal van bomen, zoals bladeren, stimuleert het bodemleven. Hierdoor ontstaan er meer schimmels en andere bodemorganismen. Dit zorgt ervoor dat voedingsstoffen, die normaal vast in de bodem zitten, gemakkelijker beschikbaar zijn voor planten. Daarnaast zijn sommige bomen, zoals els en duindoorn, actieve stikstofbinders. Zij voeden bacteriën met suikers. Die bacteriën zetten de stikstof uit de lucht (N₂) om in stikstof die planten kunnen opnemen. Zo wordt deze stikstof weer beschikbaar als voedingsstof voor de bomen.
8. klimaatbestendig landschap
De laatste jaren wisselen extreem natte en extreem warme, droge jaren elkaar af. Het is daarom de vraag of het huidige open landschap geschikt is voor de uitdagingen die het klimaat met zich meebrengt. Bomen zogen voor een andere werking van de bodem en bieden daarnaast koelte, schaduw en luwte. Op die manier helpen ze de effecten van deze klimaatextremen te verminderen.
a. extreem droog
Het land droogt uit door wind en zon, waardoor de grasgroei afneemt. Dit effect is het sterkst op zandgronden, behoorlijk merkbaar op klei, en valt vaak mee op veen, omdat daar altijd water in de bodem aanwezig is. In alle bodemtypes wordt de toplaag hard. Als er dan een flinke regenbui valt, kan het water moeilijk de bodem in trekken. Het grondwater wordt zo niet goed aangevuld en het regenwater stroomt te snel van het perceel af.
Bomen helpen dit te voorkomen. Hun bladerdek zorgt ervoor dat regen gematigder valt, waardoor het water meer tijd krijgt om in de bodem te zakken. Met hun wortels maken bomen en struiken het bovendien makkelijker voor water om de grond in te dringen. Daarnaast zorgen bomen voor koelte door verdamping en schaduw, waardoor er ook in hete periodes nog grasgroei mogelijk blijft.
b. extreem nat
Het land kan soms lang te nat blijven. Bomen dragen bij aan ontwatering van de bodem en zorgen voor verdamping, waardoor het in het voorjaar sneller opdroogt. Ook tijdens het groeiseizoen helpt dit, zolang er geen hele dichte hagen of hoge singels zijn. Bij een dichte haag kan de schaduw er juist voor zorgen dat de bodem langer nat blijft, vooral na veel regen.
9. nieuwe boerenland vogels en dieren
Een open landschap heeft een bepaalde biodiversiteit. In kruidenrijke graslanden kunnen weidevogels overleven, maar ondanks inspanningen neemt hun aantal af. Het huidige landbouwsysteem, dat vooral gericht is op grasproductie, past niet goed bij ze. Verschillende experts zijn het erover eens dat weidevogels grotere beschermde gebieden nodig hebben. Bescherming in versnipperde gebieden daarbuiten heeft vaak weinig effect. Op bemeste en vaak gemaaide graslanden doen ganzen het bijvoorbeeld beter, terwijl hazen in beide typen grasland voorkomen.
Bomen en hagen zorgen voor een meer gevarieerde biodiversiteit, met andere boerenlandvogels en zoogdieren. Netto neemt de biodiversiteit toe door het aanplanten van voederhagen, bomen en struiken. Dit komt doordat er een landschap ontstaat met meerdere lagen waarin dieren kunnen leven en zich kunnen verstoppen. Het aantal insecten, vlinders, zoogdieren, amfibieën en vogels zal zowel in soorten als in aantallen toenemen.
10. nieuw cultuur(historisch) landschap
Een landschap met meer bomen en struiken wordt vaak als mooier ervaren. Kleine bosjes, bomenrijen, boomgaarden en losse struiken geven structuur en verdelen de ruimte. Vroeger kwamen deze elementen veel voor, vooral toen het landschap nog praktisch werd gebruikt en minder efficiënt werd beheerd. Met de ruilverkaveling zijn veel landschapselementen gekapt, vaak met het argument dat ze niet meer nodig waren binnen het landsbouwsysteem van de boerderij. Sommige elementen uit het landschap zijn bewaard gebleven, maar vaak vanuit andere doelen, zoals natuur, landschap of recreatie. Het probleem is dat boeren daar geen inkomen mee verdienen; het zijn netto kosten. Boeren kiezen daarom meestal wat past binnen hun behoefte aan een fraai landschap.
Intussen is het landschap nog nooit zo open geweest als nu. Dit wordt in beleidsstukken benoemd als waardevol en historisch, maar zo oorspronkelijk is het open landschap niet. Bovendien vraagt de klimaattransitie om veerkrachtige landschappen. Een landschap met bomen en struiken is spannender en ruimer. Het krijgt een 3D-karakter, terwijl het open landschap vooral 2D is. Door bomen, struiken en rijen voelt het landschap groter en afwisselender aan.

11. sociale waarde
Boerderijen met agroforestry trekken makkelijker bezoekers die willen komen kijken, meedoen en meebeleven. Het voordeel is dat zo een goed gesprek tussen boeren en bewoners uit de omgeving, het dorp of de stad sneller op gang komt. Zij voelen zich daardoor meer verbonden met het landschap. Deze betrokkenheid maakt het ook makkelijker om mensen uit te nodigen om mee te helpen of producten te kopen. Voor stedelingen is het bovendien een laagdrempelige manier om kennis te maken met het platteland.

12. vastlegging van CO₂
Bomen en struiken slaan CO₂ op in hun stam, takken en wortels terwijl ze groeien. Ook zorgt de toename van organisch materiaal in de bodem voor extra CO₂-opslag. Hierdoor draagt het direct bij aan het verminderen van klimaatverandering. Via Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK) kunnen boeren certificaten verhandelen op de vrijwillige koolstofmarkt en hier een financiële vergoeding voor krijgen.
leidraad wet- en regelgeving
Deze voordelen komen uit de ‘Agroforestry in open landschap – Leidraad wet- en regelgeving voor agrariërs en overheden’. Dit document is onlangs gepubliceerd en is bedoeld als praktische gids om te helpen lokale agroforestry-plannen van de tekentafel naar de praktijk te brengen.
Ook werd er een korte film gemaakt over agroforestry in het veenweidegebied. Hierin nemen voormalig rijksbouwmeester Floris Alkemade, boerin Ramona Schalkwijk, programmamaker Matthijs Boeschoten en onderzoeker Jacco de Stigter ons mee in de kansen, de uitdagingen en wat ons te doen staat om lagen te herstellen én toe te voegen aan het Hollandse landschap.
contact
Wil je graag één op één sparren over wat agroforestry voor jouw bedrijf kan betekenen? Neem contact op met je Wij.land regio-coördinator of met projectleider Matthijs! En houd de nieuwsbrief in de gaten voor nieuwe aanmeldmogelijkheden voor de volgende agroforestry praktijkgroep!

Matthijs Boeschoten
+31 (0) 6 14 61 45 52
m.boeschoten@wij.land



