Het kan je niet zijn ontgaan: de regels rond derogatie zijn sinds 1 januari 2026 veranderd. Voor veel boeren zorgt dit voor een flinke puzzel. Wat betekent het voor je bedrijf om minder mest te mogen uitrijden? Kom je nog wel toe aan weidegang? En hoeveel mest moet je dan nog afvoeren? 

We horen het vaak: nu de derogatie verdwenen is, moeten we de koeien wel opstallen. Anders lukt het niet met de verplichte afvoer van mest. Maar klopt dat eigenlijk wel?

Volgens Harm Rijneveld, agrarisch bedrijfsadviseur, niet. 

Hij houdt het simpel: koeien horen buiten! En juist daarom maakte hij een flyer met een duidelijke boodschap: weidegang kan ook zónder derogatie. Maar het vraagt wel iets anders van je manier van denken en werken.

“het kan wel, maar je moet het plannen”

De grootste misvatting die Harm tegenkomt is dat er nu helemaal geen weidegang meer mogelijk is. “Dat kopt gewoon niet”, zegt hij. “Nagenoeg elk extensief melkveebedrijf kan blijven weiden. Voor de intensieve bedrijven wordt het wat lastiger, maar niet onmogelijk. Je moet goed plannen!” 

Bij dat plannen zit dan ook vaak het struikelblok. Veel boeren gaan er pas over nadenken zodra het seizoen van mest uitrijden al begint. Maar dan ben je eigenlijk al te laat. “Dan moet je in één keer keuzes maken over beweiden, uitrijden en afvoeren. Dat is lastig. Je moet eerder beginnen, zodat je overzicht hebt in je eigen situatie.” 

Daarom zette Harm de cijfers waar hij zelf al langer mee werkt, om in duidelijke grafieken. Zodat je als boer makkelijker ziet wat er gebeurt op jouw bedrijf. En waar je kunt sturen.

minder haast, meer strategie 

Wat moet je dan anders doen? 

Volgens Harm begint het bij overzicht. Niet meteen alles uitrijden zodra het mag, maar juist mest sparen en bewust inzetten. “De percelen waar je weidt, hoef je minder mest uit te rijden,” legt hij uit. “Daar komt al mest van de koeien zelf.”  

Dat klinkt logisch, maar in de praktijk gebeurt het nog niet altijd zo. Zo vertelt Harm over een boer die in één keer bijna al zijn opgespaarde mest uitreed op 15 februari, gewoon omdat het hem zo geleerd was. Deze boer kan nu zijn koeien niet weiden, omdat hij mest moet opvangen voor afvoer en daardoor geen ruimte meer overhoudt. 

Naast het weiden zijn er ook andere knoppen waar je aan kan draaien. Bijvoorbeeld in het omlaag brengen van het ureumgehalte van je mest, door het ruw eiwit in je voer de verminderen. Zo zit er minder stikstof in de mest en hoef je dus minder af te voeren. Dit geeft dan weer ruimte voor meer weidegang!

zorgen én hoop 

Als we vooruitkijken, ziet Harm ook risico’s. De wet- en regelgeving kunnen ertoe leiden dat boeren sneller kiezen om koeien op stal te houden. Dit is overzichtelijker en minder risicovol. En dat zou zonde zijn. 

Tegelijk ziet hij ook iets anders gebeuren. Steeds meer boeren zoeken naar manieren om juist slimmer te weiden. En “boeren leren van elkaar,” zegt hij. “Als je ziet dat het bij een ander werkt, ga je zelf ook anders kijken.” Daar zit hoop. In kennis delen en samen puzzelen. 

zelf aan de slag 

De boodschap van Harm is duidelijk: weidegang moet in de meeste gevallen nog steeds mogelijk zijn. Maar het vraagt wel dat je vooruitkijkt en keuzes maakt die passen bij jouw bedrijf. 

Benieuwd hoe dat eruitziet in cijfers en scenario’s? Bekijk dan zeker de volledige flyer van Harm! 

En misschien nog belangrijker: ga zelf rekenen en tekenen. Hoe ziet jouw mestplanning eruit? Waar liggen jouw kansen? 

Want uiteindelijk is er geen standaardoplossing. Maar er is wél ruimte.

Boerennieuwsbrief

Dit artikel verscheen in de boerennieuwsbrief. Wil je elke twee maanden al het boerennieuws van Wij.land ontvangen? Meld je dan aan!