‘Ik hoop dat mensen honger krijgen om echt te willen weten wat er speelt bij boeren.’ Die zin, uitgesproken door haar Wij.land-collega Siem, raakte Rosa en is volgens haar essentieel voor beweging in de landbouwtransitie. Als projectleider bij Wij.land komt Rosa geregeld op boerderijen om samen te werken met boeren aan het toekomstbestendig maken van hun bedrijf. Naast haar werk in het team boerennetwerk zet Rosa haar creatieve talent in om met taal en muziek te verwoorden wat ze in het veld ziet en voelt.
Zo schreef ze de afgelopen jaren teksten en liedjes voor bijeenkomsten, waaronder het webinar Onder de Streep 2025. Tijdens dat webinar werden de resultaten gepresenteerd van een groot onderzoek naar de kosten en baten van de transitie naar toekomstbestendige veehouderij. Het werd een oproep aan systeemspelers, ambtenaren en banken om beter te luisteren en echt te willen horen wat er speelt.
Hoe ben je begonnen bij het schrijven van de tekst?
‘Als ik begin met schrijven, begin ik altijd met vragen stellen. In dit geval aan mijn Wij.land-collega Siem Vlaanderen die in het onderzoek de studiegroepen met de boeren leidt. Ik vroeg hem wat hij hoopte dat mensen mee zouden nemen na het lezen van het rapport met alle cijfers en grafieken. Want cijfers en grafieken zijn belangrijk, maar de echte boodschap ligt daar vaak onder. Siems antwoord raakte me, hij zei “Ik hoop dat mensen een honger krijgen om echt te willen weten wat er speelt bij deze boeren.”
Die zin vatte precies waar het mis gaat, en waar de oplossing ligt. Als je echt luistert van mens tot mens. Dan leer je begrijpen waar op dat ene bedrijf de knelpunten liggen, en verschuift je denken van overtuigen of controleren naar echt naast de boer staan en samen meedenken over wat er nodig is.’
Wat hoop jij dat mensen meenemen van jouw tekst?
‘Tijdens het schrijven merkte ik dat ik gefrustreerd raakte. Ik heb al vaak op een subtiele en creatieve manier geschreven over alle partijen die betrokken zijn bij de landbouwtransitie. Maar nu merkte ik, ook in mijn eigen gesprekken met boeren, dat het te lang duurt. Boeren die drie jaar geleden nog met energie en goede moed bezig waren hun bedrijf te verduurzamen zie ik nu soms radeloos. Ik zie die goede moed wegsijpelen. Daardoor voelde ik de noodzaak om scherper te benoemen waar het op staat.’
Denk je dat het iets oplevert?
‘Al is er maar één ambtenaar die bij een volgend bedrijfsbezoek verder door durft te vragen… Zo’n tekst verandert natuurlijk niet in een keer iets groots, maar dat is ook niet het doel. Ik denk dat het echt belangrijk is om doormiddel van kunst de diepere lagen onder dit soort processen te laten zien en de achterliggende verhalen te vertellen.’

Wat zijn volgens jou die diepere lagen?
‘Ik heb ook niet alle wijsheid in pacht, maar ik denk dat het in dit geval gaat over verschillende werelden en talen die daarin gesproken worden. Ik zie zo vaak dat er gesprekken plaats vinden tussen verschillende partijen, maar dat ze elkaar niet echt verstaan of begrijpen. Daarom wil ik die honger aanwakkeren, een grote nieuwsgierigheid naar de ander.’
Je schrijft over doorvragen naar waar de pijn zit, waar zit volgens jou de pijn bij boeren?
‘Die pijn kan op elk bedrijf anders zijn. Dat is het hem nou juist. Het is niet zwart-wit, daarom is dat luisteren en doorvragen zo belangrijk. Ook de kansen en mogelijkheden zijn op elk bedrijf anders. Er wordt soms gepraat over “de toekomst van boeren” alsof er één type modelboer is waarin straks iedereen moet passen.
Soms past het bijvoorbeeld in eerste instantie niet bij een bedrijf om een neventak zoals eigen winkel of zorg te beginnen, of hebben ze geen vooruitzicht op meer land waarmee ze meer grondgebonden kunnen zijn. Maar ze kunnen alsnog wel allerlei maatregelen uitvoeren om de bodem- en mestkwaliteit te verbeteren, samenwerking te zoeken met een akkerbouwer, of percelen biodiverser te maken. Als je dieper duikt in de specifieke context van het bedrijf en het omringende landschap worden die stappen langzamerhand helder. We zouden volgens mij juist meer moeten kijken naar de diversiteit van bedrijven en hoe ze elkaar in een gebied kunnen aanvullen.’
